Missie

De VGGZ (Vereniging Geestelijke Gezondheidszorg) zal aan iedere hulpvrager, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, van ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, verantwoorde zorg bieden met het oog op het herstel van het psychisch evenwicht of het draaglijk maken van psychische stoornissen voor patiënten en hun leefomgeving, opdat aldus patiënten competenties verwerven of ontwikkelen die de basis vormen voor hun emancipatie en hun maatschappelijk geïntegreerd functioneren.

De VGGZ gelooft dat ieder individu de kracht tot groei en verandering in zich draagt. Zij beschouwt het als haar opdracht om die kracht te stimuleren. Verandering verloopt met kleine stapjes, met vallen en opstaan. De mate waarin verandering mogelijk en wenselijk is, bepaalt de patiënt. De vereniging stimuleert het meest haalbare.
Diagnostiek, behandeling en preventie zijn de kerntaken. Behandeling kan voornamelijk gericht zijn op voorkomen van verdere achteruitgang, op het bewerkstelligen van een optimale ontwikkeling binnen gegeven beperkingen van patiënt en zijn omgeving. Doelstelling van de behandeling is het handhaven en het bevorderen van de geestelijke gezondheid van de patiënt, het herstellen van de geestelijke gezondheid, het opheffen van stagnaties die de ontplooiing belemmeren, zodat ontwikkeling en (leeftijdsadequaat) functioneren (weer) mogelijk worden en tot slot, het draaglijk maken en houden van psychische/psychiatrische problematieken. Diagnostiek helpt daarbij de juiste keuzes te maken. Preventie werkt steeds meer via organisaties. Niet enkel kennisoverdracht maar emancipatie en participatie zijn hierbij sleutelwoorden
Naast de patiënt zijn er dus ook andere belanghebbenden. Een Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) werkt in een zorgcircuit waarbij andere organisaties en professionals in de GGZ betrokken partijen zijn als co-behandelaar en/of verwijzer. Een CGG werkt ook in opdracht van de Vlaamse overheid, waardoor ook de maatschappij in zijn geheel cliënt is van een CGG.

De hulpverlening is gebaseerd op respect voor de persoonlijke levenssfeer van de patiënt. Zij zal maximaal een beroep doen op de medeverantwoordelijkheid en de zelfredzaamheid van de patiënt en zo gebruik maken van de minst ingrijpende behandeling om ten aanzien van de vastgestelde problematiek het gewenste effect zo maximaal mogelijk te bereiken. Elke patiënt heeft recht op respectvolle aandacht voor zijn persoon, zijn hulpvraag en zijn visie daarop. Binnen de context van de patiënt dient er voortdurend gezocht te worden naar de betekenis en de invloed van bepaalde gedragingen en cognities.

Elke patiënt heeft recht op informatie over en inspraak in de vooropgestelde hulpverlening. Elk kind/jongere heeft er recht op dat zijn ouders (rechtstreeks of onrechtstreeks) bij de hulpverlening betrokken worden. Hij/zij heeft binnen bepaalde en bespreekbare grenzen ook het recht dit te weigeren.

Binnen de teamwerking en binnen de wettelijke begrenzingen heeft de hulpverlenerrecht op zijn/haar autonomie en deskundig handelen. Elke hulpverlener respecteert te allen tijde de Rechten van het Kind (decreet rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp, goedgekeurd in mei 2004 en van kracht sinds 1 juli 2006) en de Rechten van de Mens (cfr. art. 5 + 6 van het Decreet betreffende de GGZ, d.d. 99-05-18).

 


Nieuws

16-06-2010